©2019 door advariety.now. Met trots gemaakt met Wix.com

AdVariety

Inspiratieblog over marketing, communicatie en media in een multiculturele wereld

 
 
  • TransCity.biz

Gaat het om behoud van een Nederlandse traditie? Of om behoud van ongelijke machtsverhoudingen?

Bijgewerkt: 31 dec 2019



“Ik voel me bijna schuldig dat ik als 48-jarige blanke man als wethouder niet heb nagedacht over mijn positie in verhouding tot biculturele Rotterdammers.”


Laat deze uitspraak van ex-wethouder Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam in De Telegraaf van 5 november even tot je doordringen. Je gelooft het niet, maar het staat er echt. Rekening houden met de meerderheidsbevolking in Rotterdam; het was volgens Joost Eerdmans niet zijn taak als wethouder.


Toch zit er een positieve kant aan dit citaat. Joost Eerdmans is eerlijk. Hij bevestigt niet alleen zijn eigen handelwijze, maar onbedoeld die van sommige andere politici en maatschappelijke actoren. Want zij bedienen hoofdzakelijk het witte Nederland. Inclusie is voor hen hooguit een getal. Soms stellen zij nog wel de vraag over het áántal ‘gekleurde’ gezichten bij politieke partijen, mediaredacties en andere organisaties. Maar zeker niet die over de verhalen áchter die gezichten.


Onlangs gaf auteur Marion Bloem een belangwekkend interview in De Groene. Zij vertelde over de voormalig Nederlands-Indische samenleving: “Wie hogerop wilde komen, moest zo Nederlands mogelijk worden. Dus was het zaak om perfect Nederlands te spreken en om die reden werd oma Emma naar een nonnenklooster gestuurd, waar ze naakt of geblinddoekt werd opgesloten als ze de taal van haar Javaanse moeder sprak. Bovendien gold: hoe witter, hoe beter. Was een baby te bruin uitgevallen, dan was er sprake van een ‘terugslag’ en slonken de kansen van de pasgeborene op een goed leven.”


Marion vervolgt: “Ook al was je nog zo wit, in Nederlands-Indië leerde je dat je een bruintje was en dat je in de hel kwam. Op scholen, in weeshuizen, overal kreeg je dat te horen. Mijn oma vertelde me dat ze in het klooster soms zomaar werd geslagen, ze wist niet waarom. Ze leerde: ik ben hoe dan ook fout. Wat creëer je voor mensen?”


Bovendien: “Ambitieuze Indischen wilden liever niet met andere Indischen omgaan, en zeker niet met Indischen die tot een lagere sociale klasse behoorden. Het gevolg was dat iedereen in Nederlands-Indië, van elke kleur en stand, met een ‘trapje’ in zijn hoofd leefde. Je zag jezelf altijd op een trede staan, je likte naar boven en trapte naar onderen. Deed je dat niet, dan kwam je niet verder”, zegt Bloem.


Hoe is dat eigenlijk in het Nederland van vandaag? Wat als je met je Turkse, Marokkaanse of bijvoorbeeld Surinaamse achtergrond een maatschappelijke carrière wilt maken? Hoe kan je je kansen daarop vergroten? Volgens sommigen zijn de antwoorden op die vragen helder: trappen naar de ‘eigen gemeenschap’ en een volledige omarming van de witte Nederlandse cultuur maakt de weg naar een succesvolle carrière begaanbaarder.


Bovendien: hoe donkerder je huidskleur, hoe geringer je kansen in de Nederlandse samenleving. Zo kent politiek Den Haag geen enkele Nederlander met een Afro-achtergrond. Zij worden in regering en parlement eenvoudigweg niet vertegenwoordigd. Je zou dat bijna een vorm van apartheid kunnen noemen.


Neem het Zwarte Pieten-debat. Dat zou zich richten op de Nederlandse identiteit en het behoud van een waardevolle Nederlandse traditie. Maar is dat zo? Duidt het gemak waarmee we oude tradities geregeld overboord gooien en door nieuwe vervangen, niet op iets heel anders? Zo komt de viering van Luilak nog maar beperkt voor, daar waar Amerikaanse tradities als Valentine, Halloween en Black Friday grif worden overgenomen. Zelfs de Nederlandse taal is op talloze universiteiten vervangen door de Engelse.


Gaat het Zwarte Pieten-debat daadwerkelijk over het behoud van waardevolle Nederlandse tradities? Of gaat het over macht? Want hoe komt het dat zó veel Nederlanders maar moeilijk kunnen accepteren dat landgenoten van kleur een stem willen in de wijze waarop we onze samenleving inrichten?


Dat de wens tot behoud van Nederlands immaterieel erfgoed aan het Zwarte Pieten-debat ten grondslag ligt, lijkt daarom minder waarschijnlijk. Het mogelijk onbewuste verlangen om de huidige ongelijke machtsverhoudingen in stand te houden, speelt misschien wel een grotere rol.


Mocht deze conclusie juist zijn, dan is dat geen prettig vooruitzicht. Want daarmee is de omvorming van Zwarte- naar roetveegpiet niet meer dan symptoombestrijding.


Auteur van dit artikel: René Romer van diversity marketingbureau TransCity en onder meer auteur van twee boeken over multiculturele marketing.

105 keer bekeken